De Behandeling
 

De planning van de tandvervanging

 

Het behandelplan van de ingreep begint met het beoordelen van de specifieke situatie van de mond. Wij informeren u over alle aspecten en adviseren wat de mogelijkheden zijn in uw situatie.

Daarna worden er röntgenfoto’s gemaakt voor de planning van de ingreep en om te bepalen waar de implantaten precies kunnen worden geplaatst.

Indien een tand of kies niet meer te behouden is, kunnen wij adviseren om na verwijdering hiervan in één bezoek tevens het implantaat te plaatsen.

Als de tand of kies reeds verwijderd is en het bot gezond is, bestaat de mogelijkheid om na 2 maanden het implantaat te plaatsen.

Op de afbeelding rechts ziet u een voorbeeld waarbij er te weinig bot is en dit in de neusbijholte moet worden bijgevuld (de groene cirkel).

 

De ingreep

Het plaatsen van het implantaat in het kaakbot gebeurt onder plaatselijke verdoving. Ook het geven van deze plaatselijke verdoving is door speciale technieken zo goed als pijnloos en zorgt er voor dat de verdere behandeling volkomen pijnloos gebeurd.

Na de ingreep is het wachten op het vastgroeien van het implantaat in het bot (osseointegratie). De ingroei fase duurt, afhankelijk van de situatie, gemiddeld 5 tot 9 weken. Indien er zogenaamde augmentaties zijn verricht kan de inheeltijd oplopen tot tussen de 6 en 9 maanden.

 

Het aanbrengen van de tandvervanging

Bij het éénfase-implantaat kan na de ingroeifase de opbouw geplaatst worden en afgedrukt worden. Bij het tweefasen implantaat kan begonnen worden met het vrijleggen en ongeveer 14 dagen later het implantaat worden afgedrukt. Hierna kunnen opbouw en kroon vervaardigd worden.

Tevens is het mogelijk om direct na het implanteren een tijdelijke kroon te plaatsen (immediate placement). Dit geeft echter een aanzienlijke kostenverhoging.

Al voordat de implantaten volledig ingeheeld zijn, kan er begonnen worden met de vervaardiging van het zogenaamde klikgebit.

 

Nazorg bij implantaten

Een goede mondhygiëne is van groot belang voor het behoud van de implantaten. De belangrijkste plaatsen om schoon te maken zijn de overgangen van het implantaat naar het tandvlees.

Wij geven u uitgebreide voorlichting over het gebruik van diverse soorten tandenborstels, superfloss en/of ragers. Als deze gebieden zorgvuldig schoongemaakt worden blijft het tandvlees gezond en sterk, zodat het behoud optimaal is.

Nadat het implantaat geplaatst is, blijft een regelmatige controle door de tandarts noodzakelijk. De tandarts geeft aan wanneer hij u wil terugzien voor controle.

Wij besteden bij de controle veel aandacht aan:
 

  • De gezondheid van het tandvlees.

  • De situatie van het kaakbot rondom de implantaten.

  • Slijtage van de kroon, brug of prothese.

 

Meer informatie

Mocht u na het lezen van de informatie op deze website nog vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.